Time Out Door Events                           : Website van Leo Slütter

 

If you don't know where you're going, any road will take you there!

 

Home
Agenda
Introductie

 

Activiteiten:

 

 

 

Midwinterrun 04
Midwinterrun 05
´05 verslag Patrick
Midwinterrun 06
Midwinterrun 07
'07 Verslag Patrick.
Midwinterrun 08
Midwinterrun 09
Midwinterrun 10
Tip´s

 

   

 

 

 

  

N8-run '05
N8-run '06
N8-run '07
N8-run '08

 

 

 

Doelstelling
Medewerkers
Deelnemers
Tips ABC-run
CT_92_Maastricht
ABC-run93
ABC-run93_Herbeumont
ABC-run94_Twente
Adv.Raid_Limburg_sept_94
ABC-run95_Eibergen
Adv_Raid_sept95
ABC-run96_Holten
ABC-run97_Herbeumont
ABC-run97_Vorden
ABC-run98_'s Heerenberg
ABC-run99
ABC-run2000
ABC-run2001
ABC-run2002 Limburg
ABC-run2003
ABC-run2004
ABC-run2005 Vorden
ABC-run2006 Lochem
ABC-run2007 Ommen
ABC-run2008 Lochem

 

ABC-runs\ABC-run08 Lochem\Verslagen\Verzameling_verslagen_abc-run08_bestanden

 

 

 

Beltrum 1998
Survival historie
Art. Tubantia
Neede 2004
Adegem 2004
Beltrum 2005
Beltrum 2008
Beltrum 2009

 

   

 

Verslag 05
Verslag 06

 

   

 

Kimm´99
Hermansweg´04
Marcelsweg´06
Marcelsweg door Wim
Werving Inferno
Verslag Inferno´05
Zermatt ´06
Canada ´06
Canada ´07
Canada ´08
Canada  '09
Marathons
Int.Wild. Course'08
Quadriceps/Patella ruptuur

 

Links

 

 

 

KAN DE MODERNE MENS NOG OVERLEVEN?

 

 

Door: Bart de Haas.

 

Dit is een samenvatting van een reeks van 3-weekse survival trainingen gedurende meerdere jaren in Taku territory op de grens met Yukon in NW - Canada. Opgetekend door Bart de Haas, enkele weken na de tocht in 2006 aan welke ik heb deelgenomen.

 

 

Steeds vaker maak ik mee dat de mens de uitdaging wil aangaan om drie weken volledig van de natuur te leven, diep in de Canadese wildernis. Het is mogelijk om jarenlang te overleven, maar het komt steeds vaker voor dat men het ‘primitieve’ bestaan in de wildernis nog geen drie weken kan uithouden en al gauw apathisch tegen een boom gaat zitten of op de bosbodem gaat liggen om gewoon dood te gaan. Men heeft niet meer de spirit om een overlevingssituatie het hoofd te bieden.

Twintig jaar geleden was het een zeldzaamheid als een van de deelnemers het opgaf, een blessure was dan meestal de boosdoener. De laatste jaren is 40 tot 50% van de deelnemers, vaak om psychische redenen, niet meer in staat om zelfstandig te overleven. Zonder leiding waren ze gewoon doodgegaan! Dit is een samenvatting van meerdere survivaltochten en de veranderingen in de moderne mens die de wildernis steeds meer als gevaarlijk beschouwd.

Het is allemaal erg spannend en avontuurlijk. Iedereen kijkt uit naar de ultieme uitdaging: drie weken lang leven van wat de natuur aan voedsel opbrengt. Twee kennismakingsdagen zijn voorafgegaan om de deelnemers duidelijk te maken wat hun te wachten staat.

Diverse redenen heeft men om op survival te gaan: de ‘romantiek’ van het oorspronkelijke indiaanse leven leren kennen, na teleurstellingen in het leven een wanhopige poging doen om een nieuw leven te beginnen, de stoere bink uit hangen, een zelftest, ontwikkeling, een vlucht uit de gecompliceerde beschaving, een jongensdroom etc.

De hele groep verkeert in een uitstekende doch gespannen stemming, het watervliegtuig vliegt richting onbekende stemming, men weet niet waar naar toe. Gestaag ronkt het vliegtuig over de meest ontoegankelijke, onbewoonde wildernis van noord Canada. Hier zijn geen wegen, paden of andere beschavingsverschijnselen. Dit gebied wordt de ‘Grote Leegte’ genoemd. Hier leefden zeventig jaar geleden nog kleine families indianen die nog nooit een blanke hadden gezien! Na geruime tijd landen we op een onbekend meer en moeten in verband met een ‘defect’ aan de motor het ijskoude water in om naar de oever te zwemmen. Eenmaal doornat en verkleumd op de oever wordt snel een vuur gemaakt. Het overleven is begonnen. De vliegtuigmotor is inmiddels gerepareerd en de piloot stijgt op. De laatste verbinding met de beschaving is verbroken. Geen voedsel, geen kompas, kaart, of gps, alleen een mes, een stuk elastiek, een vuursteen, een paar lucifers, vissnoer, slaapzak en wat andere kleine dingetjes.

Al gauw beseft men dat als je geen voedsel zoekt, de maag niet gevuld wordt. Ik wijs eetbare planten aan wilgenroos, bevernel, wilgenblad, dennenschors, populierenschors, bosbessen, aardbeien, kraaiheide bessen paddestoelen en nog veel meer plantaardig voedsel. Het is de gemakkelijkste manier om aan voedsel te komen, gewoon plukken. Ze leren de medicinale eigenschappen van de planten. Speer, pijl en boog en katapult worden gemaakt uit een paar wilgentakken, men is enthousiast. Vuur maken met alle mogelijke natuurlijke middelen en met een lucifer (zolang de voorraad strekt) behoort ook tot het overleven. Een persoon heeft zelfs nog nooit een lucifer aangestoken! “Ik heb een elektrisch kookplaatje, ik ben bang voor vuur! Mijn vriend steekt altijd de barbecue aan” Nu al weet ik wie zal overleven en wie niet. De een treuzelt met maken van de werktuigen, de ander is al gereed voor de jacht en visvangst. Alles wat niet uit de winkel komt is niet gekeurd, een wilde vis kan je toch niet eten? De een braakt de bosbessen uit, de ander zit met smaak te genieten van de verse onbespoten vruchten. Een enkeling wil geen vieze handen krijgen van het plukken, of de kleding mag niet vuil worden. De eerste ochtend bij het ochtendgloren vindt echt de selectie plaats. De een blijft liggen onder zijn shelter, de ander staat fanatiek te vissen, zoekt naar de beste visplek en denkt na over de beste tijd om te vissen. De beloning is voedsel! Een zelfgevangen vers geroosterde vis oppeuzelen is het ware leven. Het is wel even wennen om je zelf gevangen vis schoon te maken en op een wilgentak te prikken. Sommigen beginnen enthousiast met de visserij, maar geven al gauw de moed op en gaan bij het kampvuur zitten met een lege maag, anderen gaan door. Geen drie maaltijden per dag, niet even naar de supermarkt kunnen is een schokkende ervaring, ja nu moet je alles zelf doen. “Kan jij niet voor mij vissen”? “Ik heb geen zin om water te halen, kan een ander dat niet doen”? “Mijn ouders deden eigenlijk alles voor mij” Al gauw selecteert de groep zich in enthousiaste doorzetters en lusteloze apathici. De ouderen, vooral degene die 45 jaar of ouder zijn, zijn niet te stuiten, ‘Pluk de Dag’ luidt hun devies, hun jeugd hebben ze nog niet uit het oog verloren. Ik moet ze zelfs wat dimmen, want energieverbruik en energie verzamelen moeten zoveel mogelijk in evenwicht zijn, er komen ook slechte tijden! De jeugd hoopt over het algemeen verzorgd te worden, maar komen van een koude kermis thuis. Wie niets doet zal niet eten! Ik houd nauwlettend toezicht dat dat niet gebeurt.

We zitten ongeveer 120 kilometer van de bewoonde wereld, zonder navigatiemiddelen, met alleen een globale richting, moeten we naar het noordwesten lopen om de ‘beschaving te bereiken. Ze leren met een stok en de zon, de begroeiing van de berghellingen, zelfs met een elandenkeutel en andere trucs de windstreken te kennen. “Vraag het aan de bomen” zei een oude indiaan ooit tegen mij. Al jaren gebruik ik geen ‘moderne navigatiemiddelen’ meer, behalve als ik instructie geef. Er is geen voedsel genoeg in dit gebied, met planten, bessen en een enkele vis kunnen we zo’n vijfhonderd tot zeshonderd kilocalorieën per persoon per dag verzamelen, dus we moeten een ander ‘Island of Life’ vinden. Met een geïmproviseerde zonnewijzer, gemaakt van wilgentakken, vertrekken we in kleine groepjes naar een volgend meer waar we na drie dagen weer bij elkaar hopen te komen. Elk groepje staat onder leiding van een gids, die echter de route niet kent. Een beek stroomafwaarts volgen naar het noorden, daarna een beek stroomopwaarts volgen naar het noordoosten tot een volgend meer. De groepen trekken door schitterend bergachtig gebied met onvergetelijke uitzichten, door dichte wouden, prachtige valleien, maar ook door moerassen en ellendige dichte wilgenbossen. De een geniet en plukt regelmatig bessen en planten, de ander loopt gewoon door aardbeienvelden heen en heeft geen zin meer om te plukken. Sommigen huilen, alle ellende uit het verleden eruit en zien het opgelucht verdwijnen in de onverzadigbare wildernis of anders gezegd: Moeder Aarde neemt alle zorgen van je over. De een weet een grouse (hoender) te schieten met zijn boog, de ander heeft geen zin om zijn boog en pijl van zijn schouder te halen. Ploeteren om het volgende meer te halen, in de hoop dat daar misschien voldoende voedsel is. Een paar regendruppels op de slaapzak is al aanleiding om hysterisch te worden en de hele wereld bij elkaar te schreeuwen. Er is toch niets aan de hand? Wat zijn nu een paar druppels? Een verkeerd woord geeft aanleiding tot scheldpartijen. Soms sta je tot je kruis in een moeras, de een lacht erom de ander ziet het niet meer zitten. ’s Nachts zijn de wolven heer en meester, het gehuil bezorgt menigeen de koude rillingen langs de ruggengraat, ondanks de warme comfortabele slaapzak. Een oude wolf laat een diep langgerekt gehuil horen, later bijgestaan door jankende pups en de jongere leden van het pak. Dit is de echte wildernis, om onbegrijpelijke redenen boezemt dat angst in bij de meeste survivalaars.

Eindelijk komt het meer in zicht. Een rivier die uit het meer stroomt is rood van de zalmen, een paar grizzly’s zijn aan het vissen, iedereen moet de bearspray binnen handbereik houden. De grizzly’s vertrekken en zullen in de nacht als wij slapen wel weer terugkeren. Iedereen is onder de indruk van de forse beren, de spanning stijgt. Maar er is wel voedsel!! Alle groepen zijn inmiddels binnengedruppeld. Een groep heeft er vier dagen over gedaan. De eerst aangekomen doorzetters besluiten een gezamenlijke tactiek te proberen. De een jaagt de zalmen op, de ander ligt in hinderlaag om de zalmen aan de speer te spiesen, en een houdt de wacht om te waarschuwen voor beren. Binnen een paar uur liggen er een paar gespeerde zalmen boven het vuur. Helaas is bij een aantal de spirit volledig verdwenen en neemt niet deel aan de gezamenlijke visvangst. Er is angst voor beren. Ik word regelmatig gewekt “Bart ik hoor geritsel”. Er is niets aan de hand, het zijn gewoon muizen, midden in de nacht hoorde ik een grizzly door ons kamp drentelen. Iedereen houdt zijn adem in. “Gewoon blijven liggen, niet bewegen” roep ik. De beer gaat er als een haas vandoor. Het wordt voor de meesten een slapeloze nacht.

Er worden door de resterende enthousiastelingen negentien zalmen gevangen. Het wordt een waar feestmaal en in het haastig van takken gebouwde smokehouse hangen zalmreepjes om een voorraad vis jerky te roken voor de verdere tocht naar de bewoonde wereld. De echte doorbijters leveren nu voedsel voor de apathici. Dat belooft irritaties. De een doet niets, de ander doet alles en eist dat de ander ook in beweging komt. Er moeten door enkelen nog wat drempels overschreden worden: er kan een vos over de bessen gepiest hebben, sommigen durven niet eens hun behoefte in het bos te doen en proberen het op te houden.

De situatie verslechtert. Het is nu tijd voor de Veerronde, een oud indiaans gebruik om de problemen in het vuur te gooien en te verbranden. Ik neem de leiding over en ga aan de zuidzijde van het kampvuur zitten, met een arendveer in mijn hand. De arend is de boodschapper naar de Goden, de arend geeft kracht om beproevingen het hoofd te bieden, de arend is het symbool van vrijheid en vreugde. De groep gaat om het kampvuur zitten en we vormen een gesloten cirkel. Ik geef de arendveer over aan mijn linkerbuurman en zolang hij de veer in zijn hand houdt mag hij spreken, hij mag zeggen wat hij wil en voor de anderen is het absoluut verboden om hun mond open te doen. Iedereen krijgt de gelegenheid om zijn zegje te doen zonder onderbroken te worden. Wat een ellende komt boven het vuur te hangen! Slechte ouders, strenge vaders, onbetrouwbare vrienden, dictatoriale bazen en het meest medelijdenwekkende: “niemand houdt van mij”. Tot verbazing van de medelijdenwekkende groep hebben de doorzetters zo ook hun problemen in het leven, maar gaan daar anders mee om. Sommigen hebben echter geen belangstelling voor de problemen van anderen en blijven aandacht vragen, want zij hebben het veel slechter. Het medicijnwiel moet redding brengen. De levensloop vindt men terug in het medicijnwiel, waar kan het mis zijn gegaan? Ergens in het leven is het mis gegaan volgens het medicijnwiel. Iedereen wordt met het overlevingsinstinct en andere eigenschappen geboren. Pasgeborenen vechten om in leven te blijven, hoe zwak zij ook ter wereld zijn gekomen. Maar de overlevingswil is ergens in het leven verdwenen.

De groep raakt geboeid en ziet een grote verandering in zichzelf en in de toekomst. Het enthousiasme keert terug, de ellende is in het vuur gegooid. Nu is het belangrijk om dit te overdenken en beslissingen te nemen. De meeste zijn bereid om zich daarna terug te trekken op een plek in de wildernis, ver van het kamp om daar twee dagen en nachten in alle eenzaamheid over na te denken, niet slapen, niet eten, alleen drinken. De modder in de geest zal naar de bodem zinken en alleen zuiver helder water blijft over. Helaas niet iedereen is zover, een aantal durft het niet aan en blijven rond het kampvuur hangen in de hoop dat er misschien vanzelf een hamburger aan komt vliegen. In werkelijkheid waren ze gewoon door de gemeenschap weggejaagd en ergens in de wildernis doodgegaan. Als je geen bijdrage levert aan de gemeenschap, dan ben je een uitgestotene. Voor de romantici is het een grote schok dat het indiaanse leven niet zo romantisch was als zij zich ingebeeld hadden. Op de TV worden immers schitterende beelden van de natuur gepresenteerd en met een glas bier en een zak chips en de temperatuur op 22°C is alles zeer aangenaam. Honger koude, uitputting, regen, zelfs sneeuw, daar hadden ze niet aan gedacht. Na twee dagen komen een aantal terug met nieuwe plannen en voornemens voor het leven, voor anderen is het een moeilijke opgave geweest, nog niet alles is gezuiverd.

De allerbesten mogen nu alleen terug naar de beschaving, nog ongeveer 80 kilometer wildernis ligt voor ons. Er moet een voorraad voedsel komen voor de komende tocht, men moet er rekening mee houden dat voedsel steeds schaarser wordt, de herfst breekt aan, veel eetbare planten zijn inmiddels verkleurd en daarom oneetbaar geworden. Nog twee dagen krijgt men de kans om te oefenen in jacht en vistechnieken. Brandbaar materiaal wordt verzameld zoals zwavelhoudend Lycopodium, dennennaalden, schors, vermalen gras, wilgenpluizen etc.  Er wordt geoefend in ontelbare manieren van vuur maken, maar nu zonder lucifers.  Dan komt het ‘Web of Life’ ritueel aan de orde. In het ‘Web of Life’ leert men de onderlinge relaties in de natuur, waartoe wij zelf ook behoren. Aan een blad aan een boom, of een prent kan men de relaties in de natuur leren kennen. Een blad wordt gegeten door…. Een prent is een deel van een ketting, aan de andere kant van het spoor is de maker van de prent, er is nu een binding tussen de waarnemer en het dier. Dieren volgen meestal dezelfde routes (wissels en sluipwegen), afhankelijk van schuilplaatsen, voedselgebieden, eetbare planten, bodemsamenstelling enz.enz. Ook de indianen leefden op dezelfde wijze, ook zij hadden een heel net van wissels en sluipwegen door de wildernis, duizenden kilometers lang. Ik wijs ze op een nauwelijks zichtbare indiaanse wissel of trail, misschien al honderd jaar niet meer gebruikt. Waar leidt hij naar toe, waarvoor werd hij gebruikt? Inzicht krijgt men door het ‘Web of Life’, indianen hadden ook hun jachtgebieden, verblijfplaatsen en ontmoetingsplaatsen. Onderzoek het en denk daar over na. Kan je jaren lang alleen in de wildernis (over)leven? Dat kan alleen door het ‘Web of Life’ te blijven doorgronden. Overleven met alleen een leren tasje met eenvoudige werktuigen, een pijl en boog, een speer en een elandenhuid als deken?

Na een gedegen instructie, oefeningen en talloze tips mogen drie van de tien alleen op weg. Ze reageren enthousiast, ze zien uit naar de laatste uitdaging. De rest van de groep gaat onder leiding van een gids verder. De ‘tenderfoots’, bereiden zich nu voor op de gezamenlijke terugtocht. 80 kilometer! De moed zinkt bij sommigen diep in de schoenen, maar blijven zitten betekent doodgaan. Het is niet te geloven, sommigen willen blijven zitten. De ‘doorzetters’ verdelen over de gehele groep de gerookte reepjes zalm en iedereen moet een voorraad planten en bessen plukken. Van de zeven ‘tenderfeet’ zijn er drie in staat om op de knieën te gaan en een voorraad bessen en wilgenroos te plukken. De rest denkt het uit te kunnen zingen met de voorraad zalm.

Het moment van afscheid nemen is aangebroken, menigeen pinkt een traantje weg. Om de twee uur vertrekt een van de doorzetters, en zullen elkaar niet meer ontmoeten in die immense wildernis. Zes dagen zullen ze in alle eenzaamheid moeten (over)leven en moeten ze in staat zijn om zelfstandig terug te keren naar de bewoonde wereld. 

Enkele uren na het afscheid van de laatste doorzetter vertrekt de groep.

De route voert door dichte sparrenwouden, langs visrijke meren en door weideachtige valleien. Een zwarte beer doemt voor ons op, de meesten zien hem niet eens. We zijn al eerder een reusachtige eland met een schouderhoogte van zeker twee meter op enkele meters afstand gepasseerd, niemand merkte hem op, de eland bleef doodstil in de bosrand staan en bleef ons nog lang nakijken. Drie deelnemers komen over het dieptepunt heen en beginnen zich steeds meer thuis te voelen. Het leven wordt boeiend, avontuurlijk en de romantiek van de wildernis raakt hun in het diepst van hun ziel. Ze zien meer, ruiken beter, luisteren naar de geluiden van de wildernis, niets ontgaat hun. Ze zijn op de goede rode weg, hun persoonlijke weg in het leven, ze worden energieker, enthousiaster. Ze gaan zich ook bekommeren om de in de put zittende groepsgenoten. Nog vier die meegesleept moeten worden, ze blijven aandacht vragen, iedereen moet hun problemen aanhoren. Het effect is dat ze geen aandacht meer krijgen, niemand wordt meer geïrriteerd door hun geklaag. Het wordt hun duidelijk dat ze met klagen niet verder komen.

We overnachten onder struiken en sparren, de ‘herborenen’ zorgen voor het dagelijkse kampvuur. Gestaag trekken we richting bewoonde wereld. Het weer is redelijk tot we net onder het hoogste punt van een bergpas onder een paar lage sparren overnachten. Een nimbostratus maakt de gehele hemel grijs, en de volgende ochtend ligt er 10 cm sneeuw. Het leven is gruwelijk anders geworden, maar behoort toch tot het ware leven in de natuur. De drie die het licht hebben gezien maken plezier, dat zij dit allemaal mogen meemaken! De vier apathici zakken steeds verder in hun sombere put. “Is er geen kortere route?” Hoe lang duurt het nog, hoe ver is het nog? Ik heb koude handen kan jij mijn spullen inpakken? Na lang getreuzel is de groep weer gereed om verder te trekken, berg op berg af, door bergpassen waar stormachtige winden heersen, door moerassige valleien en langs schilderachtige bergketens. De drie bekeerden blijven de schoonheid van de wildernis waarderen en willen zelfs niet meer terug naar de ‘beschaving’. Hoe zouden de sologangers het maken?

Vroeg in de ochtend komen we aan en worden we misselijk van de uitlaatgassen van een auto die enige tijd geleden over de weg is gedenderd. In de loop van de dag komen de sologangers opdagen. Ook zij hadden het gevoel niet meer terug te willen keren. Er gaan jaren overheen om dit te kunnen verwerken luiden hun reacties. Eland, beer, bergschaap, berggeit, wolven en vele andere dieren hebben ze mogen ontmoeten, en waarderen het tijdelijk samen te mogen leven met de dieren der wildernis in een vreedzame, doch harde natuur.

Het geeft mij een voldaan gevoel, weer een paar mensen op de goede weg geholpen, maar helaas steeds meer mensen lukt het niet meer om door te zetten en vrede en gemoedsrust in hun hart te krijgen.

De macho’s zijn geen macho’s meer, voor velen is het leven anders, rijker geworden, maar in het restaurant hebben de ‘tenderfeet’ nu het grootste woord.

Bij elkaar opgeteld heb ik in mijn eentje jaren door de wildernis gezworven, met minimale middelen, het geeft mij de zekerheid om deel uit te kunnen maken van de natuur, maar met lede ogen zie ik dat de moderne mens het stukje kip in de supermarkt en drie maaltijden per dag als vanzelfsprekend beschouwd. Is de supermarkt er niet meer, dan zijn de meeste ten dode opgeschreven.

Bart de Haas

 

Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kom

pas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas Survival oriëntatie speurtocht kaart kompas